Voor het Jaar van de Vrijwilliger zetten we graag enkele gedreven vrijwilligers in de kijker. In deze ‘Meet the Coach’-interviews zitten we samen met Exchange coaches om het te hebben over hun leven en werk, hun ervaringen in Afrika en hun blik op vrijwilligerschap. Deze editie: Liesbeth Verhelst, creatieve duizendpoot, lederbewerkster en al jarenlang coach van Rwanda Clothing.
Liesbeth & Exchange
Wie is Liesbeth Verhelst?
Liesbeth: Ik ben al twintig jaar lederbewerkster, vorig jaar werd ik veertig. Ik begon al veel vroeger, op mijn dertiende ongeveer, met kleding maken, als reactie op het opgroeien als identieke tweeling. Tot ons twaalfde werden mijn zus en ik identiek gekleed; op ons dertiende mochten we zelf kiezen, en omdat we voortdurend als ‘één persoontje’ werden gepercipieerd, wilde ik net dan een eigen identiteit creëren door mijn eigen kleren te ontwerpen. Op mijn zestiende begon ik kleding te verkopen en volgde ik avondlessen snit en naad, nog tijdens mijn middelbare school.
Mijn ouders zagen geen toekomst voor mij in de mode en duwden mij richting een ‘serieuzer’ diploma: orthopedagogie. Tijdens die studie ging ik een half jaar op Erasmus naar Spanje - mijn eerste buitenlandse ervaring - en die reislust bleek achteraf bepalend voor mijn hele verdere pad. Na mijn diploma werkte ik twee jaar in het werkveld, maar kreeg ik een burn-out: als heel gevoelig mens vond ik het zwaar om met mensen, en zeker met kwetsbare jongeren, te werken. Ik begeleidde destijds zes jongeren, van wie er twee tijdens mijn begeleiding een zelfmoordpoging deden; ik kijk er nu op terug met de vaststelling dat het eigenlijk onethisch was om een eenentwintigjarige zulke kwetsbare begeleiding te laten opnemen. Die ervaring deed me beseffen dat ik liever met producten werkte, waarbij het resultaat puur van mezelf afhangt.
Ik studeerde daarna modetechnologie, ging een half jaar naar Denemarken, en bouwde vervolgens mijn eigen handtassenmerk uit, met vier jaar productie in Spanje. Reizen en telkens weer de kans grijpen om naar het buitenland te trekken, is een rode draad in mijn leven - zonder die reislust was ik ook nooit met Exchange in aanraking gekomen.
Als ik mezelf moest omschrijven zou ik zeggen: extreem leergierig, met een uitgesproken passie voor mijn vak eerder dan een ‘carrière’. Iemand die niet vanuit een vast plan leeft, maar vooral vanuit wat er op mijn pad komt; op het vlak van wonen, carrière, en ook de projecten die ik voor Exchange opneem.
Wat doe je professioneel?
Liesbeth: Ik run een herstelatelier voor lederwaren, waar ik ondertussen ook high-end handtassen herstel. Heel technisch, vooral op vlak van constructie. Daarnaast geef ik workshops waarin ik mensen leer hoe ze zelf lederwaren kunnen herstellen, om zo een herstelcultuur dichterbij te brengen en minder weggooien te stimuleren. Ik ontwikkel ook producten op maat voor anderen. Zo ontwierp ik al een tooltasje voor in het frame van een Belgische elektrische fiets, en Kantha-jasjes voor Solid Crafts, dat ateliers heeft in Kenia, India en Peru. Ik werkte ook als ghostdesigner voor een handtassenmerk dat leer verwerkt van lokaal geslachte koeien.
Ik geef daarnaast les op verschillende scholen en zit momenteel in een fase van sterke groei. In mijn atelier werk ik nauw samen met mijn collega Justine: zelf ben ik gespecialiseerd in constructieherstellingen, Justine houdt zich bezig met kleurrestauratie.

Hoe ben je bij Exchange terechtgekomen?
Liesbeth: Ik rolde er min of meer toevallig in. Mijn schoonheidsspecialiste had een vriendin die door Exchange gevraagd was om naar Senegal te gaan, maar die vriendin zag die opdracht niet zitten omdat ze zelf in de mode zat en het om lederwerk ging. Zo kwam de vraag bij mij terecht. Ik zei meteen ja - ik ben altijd geïnteresseerd geweest in wat zich buiten België afspeelt - al was ik totaal niet voorbereid op wat me te wachten stond. Exchange functioneerde op dat moment ook nog op een heel andere manier.
Wat houdt je rol als vrijwillige coach voor Exchange juist in?
Liesbeth: Dat vind ik zelf een moeilijke vraag om scherp te definiëren. In de praktijk, met Joselyne van Rwanda Clothing, was het vooral een heel organisch verhaal. Joselyne is in tien jaar tijd een hartsvriendin geworden, en vereist ook een heel specifieke aanpak. Het is niet zozeer een klassiek bedrijf als een onderneming van een gepassioneerde vrouw die zich weinig laat voorschrijven hoe het moet. Mijn rol is dan vooral: meegaan, luisteren, aanwezig zijn, signalen opvangen… maar niets opdringen. Ik omschrijf het zelf eerder als co-creatie dan als het opleggen van expertise.
We werken nu al enkele jaren samen, en het contact verloopt ook eerder persoonlijk; ik laat regelmatig even weten dat Joselyne via Exchange nog altijd op hulp of expertise kan rekenen, zodra ze daar zelf klaar voor is. Mijn taak als coach is dan vooral aanvoelen wanneer zij klaar is voor een volgende stap, en in welk domein.
Ik ben ook bewust maar voor één onderneming coach. Toen ik aanvankelijk gevraagd werd om ook coach te worden voor Kibébé in Malawi, heb ik dat doorgegeven aan Nathalie Aerts, omdat ik door de vele levens die ik al leid niet nog een coachingtraject kan dragen. Als expert wil ik wel heel graag verder blijven werken in Afrika, omdat het delen van mijn opleiding en kennis voor mij op dit moment het meest zinvolle is wat ik kan doen.
Heb je veel contact met de Afrikaanse ondernemer?
Liesbeth: We hebben geen wekelijks of vast contact, maar wel een nauwe, persoonlijke band. Ik vergelijk mijn aanpak bewust met die van andere ondernemer/coach-duo’s die wél wekelijks bellen en systematisch agendapunten afwerken. Voor mij zou dat niet werken. Er zijn grote verschillen tussen coaches in hoe ze dat aanpakken, en dat is net de charme van het model: elke coach voelt aan wat het programma of de ondernemer nodig heeft en gaat daar op een natuurlijke manier mee om.

Ben je al vaak naar Afrika gereisd voor Exchange?
Liesbeth: Doorheen de jaren ben ik als expert een drietal keer naar Rwanda gereisd om leertrainingen te geven, telkens op een hoger niveau. Eén keer ging ik ook samen met Gaston (Business Development Manager Rwanda, nvdr.) om bij alle modeontwerpers in Kigali de noden in kaart te brengen. Sinds ik coach ben, ben ik iets minder gebonden aan officiële missies. Zo bracht ik tijdens de kerstvakantie samen met mijn partner een bezoek aan Rwanda - we waren op zoek naar winterzon, en een week naar Rwanda bleek goedkoper dan een Europese bestemming. Al was dat bezoek niet officieel voor Exchange, toch had ik de gebruikelijke gesprekken met Joselyne over Exchange en Rwanda Clothing.
Komen ondernemers met gerichte vragen of zoek je zelf uit wat de ondernemer nodig heeft?
Liesbeth: In het geval van Joselyne en Rwanda Clothing komt de vraag honderd procent van haarzelf. Ik wil nooit pushen. Ik pik subtiele signalen op over waar haar interesse op een bepaald moment naar uitgaat, bijvoorbeeld toen ze haar meubel- en interieurafdeling wilde uitbouwen en later toen die interesse weer wat naar de achtergrond verschoof en de focus meer richting kledingproductie of handtassen ging, en probeer daar dan voorzichtig op in te spelen, zonder te forceren.
Rwanda Clothing & Rwanda
Kan je wat vertellen over Rwanda Clothing en je engagement voor het bedrijf?
Liesbeth: Ik volg Rwanda Clothing ondertussen al zo’n tien jaar. Ik begon er als expert lederbewerking en deed na een eerste training ook een gezamenlijke training rond patroonverbetering samen met Exchange coach en expert Nathalie Aerts. Daarbij leerden we het team een andere manier van werken aan: patronen eerst op papier uitwerken in plaats van meteen op stof tekenen, zodat aanpassingen op papier kunnen gebeuren en niet op een al afgewerkt kledingstuk. Zo losten we bijvoorbeeld een terugkerende patroonfout bij broeken op.
Wat voor missies heb je al uitgevoerd?
Liesbeth: Naast eerdere missies in Senegal kwam Rwanda, waar ik alleen en samen met Nathalie Aerts de trainingen heb uitgevoerd zoals ik hierboven beschreef. Ongeveer drie jaar geleden trok ik ook naar Malawi voor Kibébé. Die missie draaide rond het diversifiëren van het productgamma, dat toen sterk op toerisme gericht was. Ik bracht daar het idee van menstruatieondergoed en -pads aan. Kibébé werkt met vluchtelingen uit een nabijgelegen vluchtelingenkamp, waar veel basisbehoeften, waaronder menstruatieproducten, moeilijk te vinden zijn. Die piste werd ook effectief opgepakt, en na de missie volgden twee grote bestellingen. Tijdens die missie deed ik ook productverbeteringen voor andere producten van Kibébé.

Heb je al concrete veranderingen gezien in Rwanda Clothing ten gevolge van je rol als vrijwillige coach?
Liesbeth: Ja, en dat vind ik zelf enorm fascinerend. Bij mijn eerste bezoek aan Rwanda Clothing was er nog geen enkel fysiek papieren patroon; ondertussen hangt er een muur vol toiles (de calico-versies van Joselyne’s collecties). De eerste handtassen die we samen maakten waren beginnersniveau, maar bij elk volgend bezoek zag ik dat de producten technischer, arbeidsintensiever en kwalitatiever werden, met steeds minder patroon- en constructiefoutjes.
Heb je ook zelf al zaken geleerd uit je engagement? Neem je dingen weer mee naar huis na zo’n missie?
Liesbeth: Zeker. Ik ben er zelf vooral een veel rijker persoon van geworden. Ik neem de verhalen ook mee in mijn eigen lessen in België. Dat je bijvoorbeeld niet de duurste of alle tools nodig hebt om iets voor elkaar te krijgen, en dat er altijd een manier is om rond het ontbreken van materiaal of middelen te werken. Ik denk dan aan iemand die zand op een steen gooide om messen mee te slijpen - een manuele, no-nonsense manier van werken die ik fascinerend vind en die sterk verschilt van hoe dingen in België aangepakt worden.
Ik ben ook getroffen door de andere manier waarop bedrijven daar schalen: iemand kan gewoon meteen twee vaklui in dienst nemen en zo groeien, terwijl je in België eerder de neiging hebt om eerst alles zelf te doen voor je personeel aanneemt. Dat vind ik waanzinnig interessant, maar ook heel confronterend: ik word ter plaatse als expert gezien en breng skills bij, terwijl het in België een gigantische kost is om ook maar één iemand in dienst te nemen.
Hoe kijk je naar ondernemerschap in Rwanda?
Liesbeth: Ik merk dat de arbeidsomstandigheden er de voorbije jaren sterk verbeterd zijn. Vroeger werkte men er van zeven uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds zonder veel contracten of regels. Ondertussen zijn er nieuwe contracten, is de 9-5 werkdag de norm en zijn de lonen gestegen. Wat me ook erg boeit, is het sociale spaarsysteem binnen veel bedrijven: elke maand legt iedereen een klein bedrag in een gezamenlijke pot, die dan om beurten naar één werknemer gaat om bijvoorbeeld een grote aankoop, een begrafenis of een feest te bekostigen. Een aparte, sterke sociale structuur binnen het bedrijf zelf, misschien ook omdat een uitgebreid vangnet als dat in België daar nog niet bestaat.
Wat het ondernemerschap van Joselyne zelf betreft: Rwanda Clothing is een echt familiebedrijf, waarbij zij de verantwoordelijkheid draagt om iedereen in de familie werk te geven. Zoiets speelt minder in de individualistischere context die we hier kennen. Joselyne vindt op haar beurt de manier waarop wij Belgen minder nauw met onze familie omgaan best triest.
Heb je een goede band met Joselyne?
Liesbeth: Ja, enorm. Joselyne is in de tien jaar dat ik haar ken uitgegroeid tot een hartsvriendin, en we kennen elkaars persoonlijke leven door en door. Onze samenwerking is heel organisch, gebaseerd op wie we allebei zijn, met veel aandacht voor elkaars persoonlijk verhaal. Joselyne is op dit moment vooral mama van twee jonge kinderen, na een moeilijke scheiding, en heeft de voorbije twee à drie jaar te kampen met een burn-out waardoor ze minder aanwezig is in haar eigen bedrijf. Intussen kan Rwanda Clothing gelukkig ook zonder haar constante aanwezigheid succesvol verderdraaien.

Welke indrukken heeft Afrika al op je nagelaten?
Liesbeth: Rwanda voelt voor mij aan als een metropool: makkelijk te bereizen, gericht op relatief rijke toeristen, en een plek waar ik me als vrouw alleen volledig met rust gelaten voel. Dat contrasteert sterk met mijn ervaring in Senegal, waar een vrouw die alleen reist al snel geassocieerd wordt met het zoeken naar een man. En ook met Malawi, waar ik me soms voel als een rijke toerist aan wie voortdurend hulp gevraagd wordt.
Ik merk dat ik elk land vooral zie door de ogen van de mensen voor wie ik op dat moment werk: in Rwanda beweeg ik me in Joselynes hogere sociale klasse, in Malawi keek ik mee door de ogen van vluchtelingen in het kamp waar Kibébé actief is. Die persoonlijke banden blijven ook meespelen als ik weer thuis ben: ik denk bijvoorbeeld aan een vriendin in Kenia die dagelijks moet knokken om rond te komen, en ik word regelmatig via WhatsApp gecontacteerd door mensen die ik in verschillende landen heb leren kennen, met concrete hulpvragen. Ik vind het moeilijk om daarmee om te gaan: als perfectionist heb ik voortdurend het gevoel niet genoeg te kunnen doen, en voel ik me soms ‘tekortschieten als mens’. Dat gevoel speelt minder sterk in mijn rol ten opzichte van bedrijven, omdat die relatie meer gestructureerd is.
Vrijwilligerschap
Waarom ben je vrijwilliger?
Liesbeth: Op een egoïstisch niveau laat vrijwilligerswerk me toe om een deel van de wereld te zien op een manier die voor mij veilig aanvoelt. Ik herken overal onuitgesproken hulpvragen en wil mensen helpen om met hun producten een stapje hoger te raken. Daarnaast voel ik me sterk geprivilegieerd om zoveel opleiding en onderwijs te hebben kunnen genieten, iets wat in andere delen van de wereld allesbehalve vanzelfsprekend is. Ik wil mensen gelijke kansen bieden door een stukje van dat privilege met hen te delen. Delen is vermeerderen. Ik denk ook vaak aan een quote van Solid Crafts die me is bijgebleven: ‘Let’s rise by lifting others.’
Voor mij voelt het volgen van dat pad haast als een overlevingsmechanisme. Ik verwacht niet dat anderen hetzelfde doen als ik, maar voor mezelf is het echt nodig om zinvol te kunnen leven. Ik noem het zelf een oerinstinct waar ik niet bij stilsta of aan twijfel, ook niet in een wereld die vandaag sterk verdeeld en gepolariseerd is: ik reken niet op hogere instanties om problemen op te lossen, maar neem liever zelf het heft in handen. Die houding heb ik ook als ondernemer, al besef ik dat ik daarin soms te veel alles zelf wil blijven doen.

Wat is volgens jou het grootste nut van je rol als vrijwilliger?
Liesbeth: Ik koppel dit sterk aan mijn toekomstplannen: ik had mezelf ooit voorgenomen dat ik op mijn veertigste ergens ‘een instituut’ wilde zijn in de mode, en dat is gelukt. Mijn volgende droom, richting mijn tachtigste, is een school rond lederbewerking op te starten in een Afrikaans land, om zo meer gelijkheid van kansen te creëren. Ik omschrijf mezelf daarbij als een doener en probeer me vooral te focussen op wat ik concreet kan doen om de mensheid een beetje menselijker te maken.
En van Exchange? Wat vind je onze sterkte?
Liesbeth: Ik waardeer vooral jullie evolutie naar een meerjarenplan: minder vrijblijvend, meer ingebed, met meer verwachtingen. Volgens mij leidt dat tot een veel hogere slaagkans dan eenmalige missies zonder verdere opvolging. Van mijn eerste missie in Senegal weet ik tot op vandaag niet wat er met de mensen die ik trainde is gebeurd. Bij Rwanda Clothing daarentegen, dat ik inmiddels al tien jaar volg, zie ik de resultaten heel concreet: het bedrijf is enorm gegroeid. Ook bij Kibébé in Malawi leiden acties veel sneller tot zichtbare resultaten. Ik vind dat huidige model veel tastbaarder, en denk dat die verbetering op veel vlakken doorweegt.
Zijn er ook zwaktes aan ons model?
Liesbeth: Ik stel mezelf soms de vraag of het niet een beetje evident is geworden voor ondernemers in het Zuiden om op vrijwilligerswerk te kunnen rekenen. Ik merk bijvoorbeeld dat Rwanda Clothing kan putten uit een heel gamma aan verschillende soorten expertise en ondersteuning - iets waar ik zelf als Belgische ondernemer soms best jaloers op ben, omdat ik dat niveau van ondersteuning voor mijn eigen zaak niet zomaar vind. Tegelijk nuanceer ik dat meteen: ik kan dit gevoel niet hard onderbouwen, gezien mijn beperkte vergelijkingservaring, en het komt voor een stuk voort uit mijn heel specifieke, organische band met Joselyne. Bij een ander duo van ondernemer en coach zou de samenwerking mogelijk heel anders verlopen. Al denk ik dat wat op het eerste gezicht een zwakte lijkt - het feit dat iedereen het op zijn eigen manier aanpakt - ook een sterkte is: het maakt elk programma en elk verhaal uniek, net zoals de mensen zelf allemaal uniek zijn.
Wat is voor jou de essentie van vrijwilliger zijn?
Liesbeth: Ik grijp terug naar mijn favoriete slogan: ‘Delen is vermeerderen.’ Dat is ook wat de atelierleidster bij een van mijn missies tijdens een debriefing ter plaatse tegen me zei: dat ik geef zonder verborgen agenda, zonder rem op mijn geven, omdat ik gewoon al mijn kennis wil delen. Voor mij is dat precies de kern van vrijwilligerswerk en pas dan voelt mens-zijn voor mij echt zinvol: wanneer ik anderen kan helpen om het leven wat makkelijker te maken.
